top of page
  • Foto van schrijverSander van Hesteren

Opgeven is wel een optie

Bijgewerkt op: 21 jun.

Opgeven is wel een optie

 

Dat is ook de titel van een column van Tobi Lakmaker in het laatste Volkskrant Magazine. Ik lees steeds vaker columns. Vooral omdat ze lekker kort zijn. Voor lange artikelen heb ik vaak geen rust. Daarom is de VK-app op de telefoon een uitkomst, want op klein scherm zie je niet dat een artikel lang is. Maar dat terzijde.

 

Waar Tobi’s artikel me aan deed denken is de woestijn en de processen die deelnemers aan de stilteretraite daar meemaken. Maar eerst nog even Tobi. Hij maakt een onderscheid tussen zelf opgeven en opgegeven wórden. Hoe pijnlijk dat laatste ook, soms is het gewoon terecht en dient de waarheid eer aangedaan. Als je gewoon geen goede barista bent, kun je in Amsterdam geen koffietentje runnen op een drukke dag. Helder. En als je, zoals Tobi, lijdend voorwerp bent en je wil volwassen worden, kun je ook nog wat van leren van zo’n weerstandsmoment.


En dan nu Alfred. Alfred was nog niet opgegeven toen hij zich aanmeldde voor de stilteretraite in de woestijn. Sterker, hij had goedkeuring van zijn cardioloog om deel te nemen. Dat was een enorme opluchting voor hem, want voor Alfred was opgeven geen optie. Als kind van Aziatische immigranten was het zo ongeveer de lijfspreuk. Want je moest alles in het werk zetten om in de nieuwe gemeenschap opgenomen te worden. Je piept niet, je zeurt niet, je klaagt niet; je zet je tanden op elkaar en pakt alles aan wat in je mogelijkheid ligt om erbij te horen. En in Rotterdam, waar het gezin geland was, was opgeven al helemaal geen gangbare activiteit.

 

Nog nooit had Alfred meegedaan aan een retraite of enig andere activiteit voor persoonlijke ontwikkeling. Hij wist zelf ook niet wat het was dat hij had gegoogled op ‘woestijn’ en ‘retraite’ en bij True Circle was uitgekomen. Het enige wat hij wist, was dat het moest en zou gebeuren. Dit was wat hij wilde. Hij nam deel aan een kennismakingsbijeenkomst in Haarlem. Daar had hij niet veel meer te vertellen dan dat dit was wat hij wilde. Hij was niet zo’n prater en wilde wel wat opener worden. En hij kon zich niet herinneren dat hij sinds zijn 30-jarige huwelijk eerder echt iets voor hemzelf had gedaan. Hij wist gewoon heel zeker dat hij mee moest en ook zijn dochter, wel meer ervaren met spirituele groei dingen, steunde hem er in. Ja pap, moet je doen!

 

Na een vlucht van Rotterdam naar Fez, een nacht in een Riad, een autorit van 8 uur door de Midden-Atlas, stonden daar aan het einde van de dag de kamelen klaar voor de eerste uren door het mulle zand. Het viel hem vies tegen. Hij moest de groep bijhouden en op zijn minst in de buurt kunnen blijven van gids Said, die telkens voorop liep met de kamelen. Said, die zo rustig leek te lopen en zelfs omwegen nam omdat bepakte kamelen niet recht omhoog een zandduin op kunnen. Zou zijn lijf dit trekken voor 5 dagen? Opgeven was geen optie. Laat staan de eerste dag al. Dus geeft hij geen kik.


Het is dag twee. We hebben al enkele uren gelopen en houden even pauze. Als de pauze over is, sta ik op om verder te lopen. Maar Alfred blijft zitten. Zijn hoofd voorover, tussen zijn armen, knieën omhoog. Ik val op mijn knieën naast hem in het warme zand, leg een hand op zijn rug en doorbreek de stilte. Ik vraag hem hoe het gaat. Alfred is in tranen. De steeds zo stille man begint te vertellen over zijn worsteling. Hij is boos dat zijn lichaam niet meewerkt, dat hij moeite heeft de groep bij te houden, dat zijn hart tekeer gaat, dat hij steeds buiten adem is als hij een duin op loopt. Ik luister en hoor een man die erg streng is naar zichzelf.

 

Als ik vraag hoe oud hij is, ben ik verrast. Ik gaf hem die 58 jaren niet. Zelf vind ik het niet verwonderlijk dat een man van 58 met een hartaandoening moeite heeft met een lange wandeling door mul zand. Ik spoor hem aan tijd te nemen en rust te houden en zeg hem dat we alle tijd hebben. Alfred stribbelt tegen. Hij is het niet gewend om tijd te nemen en rustig aan te doen. Alfred is van het doorzetten, volhouden, tanden op elkaar. Zo hebben generaties voor hem dat ook altijd gedaan, vertelt hij. Als we even later verder lopen samen, achter de groep aan, merk ik hoe hard hij loopt. Ik zeg hem dat ik met dit tempo het duin op ook buiten adem raak. Deze man is duidelijk niet gewend naar zijn lichaam te luisteren.

 

Alfred is verwonderd. Hij kan zich niet herinneren wanneer hij voor het laatst gehuild heeft. Het doet mij realiseren hoe diep hij zit. Maar tegelijk hoor ik ook een beetje opluchting in zijn mededeling. De woestijn brengt hem in beweging, zoveel is duidelijk. Maar daarmee is zijn worsteling nog niet klaar. Ik stel hem voor op de kameel te zitten als hij het te zwaar heeft. Daarvoor zijn ze tenslotte mee. Maar dat is natuurlijk een no-go. Hij kan en mag niet falen. En hij mag zeker niet opgeven.


Na dag 2 volgt dag 3. Er komen kleine scheurtjes in Alfreds verzet. Hij laat zich dragen door een kameel, maar van harte gaat dat niet en van een doorbraak blijken we nog niet te kunnen spreken. Als Said de groep wil meenemen naar het hoogste duin voor de zonsondergang moet Alfred al vroeg afhaken. Ik loop met hem mee omhoog de eerste meters, maar het is hem te zwaar. Hij redt het echt niet en het maakt hem verdrietig en boos. Ik luister en realiseer mij: hoe vaak heeft deze man dergelijke zielenroerselen überhaupt met iemand gedeeld? En ook: gaat er nu iets mis, of gaat er eigenlijk juist iets heel erg goed? Voor Alfred is dat geen vraag. Voor mij eigenlijk ook niet. Maar de vraag is of we het al eens zijn over het antwoord.

 

Het antwoord op die vraag volgt op dag 4. Dat belooft een zware dag te worden. Een lange wandeling over een schijnbaar eindeloze vlakte, bezaaid met zwarte stenen die daar verspreid liggen alsof ze stuk voor stuk zorgvuldig zijn neergelegd in exact de juiste constellatie. We lopen uren en uren. Eerst blijf ik een beetje achteraan lopen. Als ik later naar voren loop, passeer ik Alfred. Ik kijk opzij en hij kijkt mij aan. Zij gezicht is helder en hij zegt: “hoe moeilijk kan het zijn?”. Mijn hart maakt een sprongetje en ik glimlach breed.


Voor Alfred was dag 4 de doorbraak. Dat wil niet zeggen dat hij nooit meer streng is voor zichzelf of dat hij een hele andere man is geworden. In het dagelijkse leven liggen genoeg uitdagingen op hem te wachten. Maar als ik hem een maand later spreek in een terugblik op de reis, vertelt hij hoeveel opener hij nu is naar anderen, meer ontspanning ervaart en dat hij tegenwoordig veel beter voor zichzelf zorgt. Een blijvende verandering met groot effect. Ja, opgeven is absoluut een optie. En het is veel vaker dan we denken, precies wat er nodig is!

 

164 weergaven0 opmerkingen

Recente blogposts

Alles weergeven

Comments


bottom of page